Gewone en bijzondere trips in binnen- en buitenland

Cuba18 juli 1999

Samen met 2 andere Nederlandse koppels hebben we een 3 daagse trip naar het regenwoud geboekt.

Hiervoor gaan we met de bus van Santa Lucia naar Trinidad aan de andere kant van het eiland.
De stad Trinidad in Midden-Cuba staat sinds 1988 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Trinidad werd gesticht in 1514 door Diego Velazquez de Cuellar, eerst nog met de naam Villa de la Santisima Trinidad. Het provinciestadje, iets ten noorden van de baai van Ancon aan de Cubaanse zuidkust (provincie Sancti Spíritus), heeft de authenticiteit van de Spaanse 16e eeuw bewaard. Het pittoreske centrum met de kerk van Sint Franciscus, rond de Plaza Mayor, het Palacio Cantero en het Palacio Brunet zijn de hoogtepunten. Vooral de tientallen originele huizen met typische smeedwerken raampartijen, zijn opmerkelijk. Voor een van die huizen, het restaurant El Jigue op het gelijknamige pleintje, werd volgens de legende door Bartolomeo de las Casas, die later beroemd zou worden door het Dispuut van Valladolid, onder een eeuwenoude acaciaboom, de eerste Heilige Mis in de Nieuwe Wereld opgedragen.

Onderweg bezoeken we een plantage waar we ook de Manacas-Iznaga Toren beklimmen. De toren van de vindingrijke Manacas-Iznaga werd gebouwd rond 1816 en uitgeroepen tot nationaal monument in 1978. Met een hoogte van 45 meter verdeeld over zeven verdiepingen of niveaus en 184 treden, werden vanaf de uitkijktoren de rietplantages en het brute werk van de slaven in de gaten gehouden die aan hun voeten zaaiden en oogstten. De toren verrast met zijn structuur van steen, baksteen en metaal, bekroond door een klokkentoren. In de uitkijkpost bovenaan de toren is een bel geïnstalleerd die waarschuwde voor het begin en einde van het slavenwerk, evenals het verplichte Gebed tot de Heilige Maagd in de ochtend, ‘s middags en ‘s avonds. Boven in heeft men een ongeëvenaard uitzichtpunt vanwaar je de hele vallei kan observeren. Van hieruit keken de slavenhandelaren naar het komen en gaan van de Afrikanen en waarschuwden voor het geval een van hen aan het juk van de kolonie wilde ontsnappen.