Z – Indonesië reisverslag

Indonesë in getallen

alles is groot

  • In totaal zo’n 1.904.569 km2.
  • Het telt 14.572 eilanden waarvan ruim 10.000 onbewoond
  • In 2017 bij de laatste volkstelling woonden er 260.580.739 mensen.
  • Op 1 land na grootse het regenwoud ter wereld ruim 140 miljoen hectare.
  • Ongeveer de helft van het land is ermee begroeid en bied huisvesing aan 1531 bekende vogelsoorten en 515 zoogdiersoorten.
  • De totale kustlijn wordt geschat op 80.000 kilometer.)

Wij gaan van dit alles maar een fractie zien!

De dag voordien

    Ik ben een stresskip in ruste, drinken samen een glas port met ijs, de hut is klaar, spic en span en koffers staan klaar. Alleen nog frietjes eten want dat is een uitdrukkelijke wens van René omdat de komende maand een rijstige maand wordt. Doen we buiten de deur met een ijsje van Visser toe. Gaan vroeg lekker slapen en om 7 uur staat de taxi voor de deur.

De aankomst

    Het eerste wat we deden was geld pinnen en een telefoonkaart kopen, een met landelijke dekking. Voordeel is ook dat in WhatsApp het Nederlandse nummer blijft werken.

    De chauffeur was mooi op de afgesproken tijd aanwezig. We werden na een rit van een uurtje bij het hotel afgezet en spraken af voor morgen 9 uur

    Een probleemloze check-in om 9uur ‘s morgens. Na een snelle douche de omgeving verkennen.
    Bloedje heet en gutzend van het zweet wandelden we tot ongeveer 15 uur door de omgeving.

    Eerst langs een ongezellige weg met veel verkeer zien we een nieuw luxe resort met een Hollandse molen en de moskee met een zilveren koepel lokt ons naar de wijk erachter.

    Dit was veel leuker, minder druk en inderdaad een hoop mensen in hun gewone doen.
    Ambachtslieden, timmerbedrijfjes, vogeltjes verkopers, rieten manden, vechthanen en stalletjes met lekkere en minder lekker uitziende snacks. Wij hielden het op een vers gebakken soort oliebol en Pisang goreng. Terug naar het hotel voor een duik in het zwembad.

    Het werd rond 17 uur pikkedonker en terwijl ik dit schrijf is het uitzicht een tropische bui vanaf de waranda.

Bukit Lawang

De jungle in

    De rit van Medan naar Bukit Lawang ging er hobbelig aan toe. Overal wegwerkzaamheden en bijbehorende opstoppingen. Met een kruissnelheid van 40 km/u is die 80 kilometer een lange rit. Onderweg konden we al een glimp van de overweldigende natuur zien, jammer genoeg verstoord door kilometers palmwoud, op zich mooi maar hele stukken oerwoud zijn dus omgekapt voor de palmolie. De mensen zelf brengt het maar 10 cent per kilo op.

    Ook de inwoners van Bukit Lawang leefde ooit van de palmolie maar nu profiteerd iedereen van het eco tourisme. Het hele dorp werkt mee, van kofferdrager tot gids. Iedereen staat voor waar hier iedereen voor komt “de Orang Utan”.

De Orang Utans

Wat een ervaring

    We kregen de avond vooraf al een briefing van onze gids dus we konden ‘s morgens na een nasi ontbijt direct vertrekken aan onze 6 uur durende trekking. Het eerste pad was nog simpel maar dat zou snel veranderen. Na nog geen kwartier hadden we al de eerste 2 Orang Utans al gezien. Je zou het niet verwachten maar ze kunnen zich zo goed verstoppen. Stukje verder geklauterd en we zagen de volgende al, notabene in een boom waaronder een ranger latex aan het tappen was.

    Ook dat latex winnen is een onderdeel van het eco programma want dit project kost geld. De latex tappers zijn eveneens rangers ten dienste van de dierenbescherming.

    De Orang Utan’s hier zijn al sinds 2001 volledig vrij en worden niet meer door mensen gevoerd. Vroegen werden in deze omgeving Orangs als huisdier gehouden en zijn mensen gewend echter de regering zorgde ervoor dat hier verandering in kwam. Deze namen de dieren in en werden naar hun natuurlijke habitat in Bukit Lawang gebracht, echter deze Orangs waren eigenlijk al verpest en wisten niet hoe in de jungle zelf eten te zoeken vandaar die voerder platforms. Het duurt nog zeker een jaar of 30 voordat alles weer een beetje normaal is, de moeders geven namelijk de mensenkennis door aan de jongen.

    We gaan verder met de tocht en zien onderweg diverse apen, paddestoelen en zien vele planten die we bij ons al kamerplant kennen. We pauzeren even en de gids tovert een heuse fruithap uit zijn rugzak, lekkere ananas, passievrucht en rambutan. René heeft het best zwaar, die steile klimmen en afdalingen vragen toch best wat energie en hij besluit om even op de pauzeplaats achter te blijven, de gids legt de schillen op ën boomstam zodat wanneer er een aap komt dat die naar het fruit gaat ipv René. De gids en ik gaan een toertje apart doen om Gibbons te zoeken en met behulp van een andere groep zien we 2 van deze best wel zeldzame apen. We lopen terug en onze gids krijgt telefoon, ze hebben René gevonden met onze rugzakken en of er iets gebeurd was. Nee niks abnormaals….. toch.

    Toch wel René moest vluchten voor een grote mannetjes Orang Utan die op de pauzeplaats wat fruit geroken had. Hij moest de rugzakken bijelkaar grissen en vluchten, dit had hij eerder al ‘geleerd’ met een ander groepje waarvan een dominant mannetje de rugzak van een ranger te pakken had. Slimme apen want ze weten inmiddels dat er afleidingsmateriaal in de vorm van pisang in die zakken zit. Gelukkig bood onze gids wat voer aan zodat Orang niet zelf de rits moest open trekken.

    Missie geslaagd en trekken verder, mede door de ervaring van een koppel die we de dag voordien troffen en de best vermoeide René besluiten we op toch op de tube de rivier af te gaan en onze gids met telefoon maakt dat mooi in orde. We trekken verder en we lassen vlak voor het einde nog een pauze in we laten René veilig in een hutje achter en maken een 2de tochtje ditmaal voor wilde pauwen. Ohhhh dit was een supersteile klim die we als volleerde apen omhoog moesten klimmen en we hadden geluk de pauw zat op zijn nest maar dan zie je wel niet veel. Zou die pisang lusten? Nou mijnheer kwam na dat wij ons verstopt hadden zijn bed wel uit voor een lekker hapje. Toch niet voor niets zo’n steile klim gemaakt. We klauteren terug naar onderen horen we in de top gerammel … daar moet een Orang zitten en ja hoor daar zat Wati, Wati was pas 2 jaar terug in vrijheid en is een jaar geleden moeder geworden.

    Wati komt even haar baby laten zien maar blijft op 3 meter hoogte hangen. We genieten nog even en lopen verder. Wati loopt achter ons aan en de gids en ik speculeren of we Wati zo ver ‘meekrijgen’ dat we hen ook aan René kunnen laten zien. Ons plannetje lukt Wati nam een afkorting kwam zo ook bij René aan. Als beloning kreeg ze ën hele kam bananen die ze met smaak en zeer behendig verorberde.

    We lopen de laatste kilometers naar de rivier en daar wacht ons een smakelijke lunch, Nasi in een bananenblad met ei en komkommer. Het was koud en toch het smaakte.

    Het laatste stuk van onze bijna 7 uur durende tocht ging over water, de gids regelde dit perfect en in 40 minuten waren we weer bij het hotel. Alles nat maar wat hebben we van deze dag genoten.

Het Tobameer

    We reden weer over dezelfde weg terug naar Medan en vervolgens de weg naar het Tobameer. Vele opstoppingen vertraagde de rit enorm, onze chauffeur trok er 8 uur voor uit. Het laatste stuk van de trip was het mooiste en stopte nog even op een uitkijkpunt en tegelijkertijd nog een koele drink. Op het laatste stuk naar de ferry nog vele apen gezien. Verder niet veel meer kunnen doen. De ferry ging om 17 uur en de overtocht duurde 45 minuten. Niet veel later werd het donker.

De Bataks

    We maakten met de chauffeur een tocht naar Ambarati naar een typisch Batak dorpje met speciaal opgevoerde batakdans, op de weg terug nemen afscheid van de chauffeur en lopen op eigen gelegenheid naar de koningszetel en offerplaats.De uitgang is een laan van prullaria winkeltjes veel te commerciëel allemaal.

De pasar van Tomok

    We kozen ervoor om de trekkingtrail naar Tomok te nemen en vertrekken direct na het ontbijt.

    Het is nog koel als we het woud inlopen, via een smal pad lopen we langs Sawa’s en prachtige bomen, de Batak huizen die we onderweg tegenkwamen waren eigenlijk mooier dan die in het toeristendorp. We liepen een stuk fout en zo plakten we er nog een aantal kilometers extra aan de trekking.

    In Tomok was het markt, echt ons ding om al het bekende en onbekende te ontdekken. We verblijden nog een verkoper met de aankoop van 2 Martabaks, een variant die ik nog niet kende met gehakte pinda’s en chocoladehagel.

    We slenteren terug naar het hotel en nemen na de 7 uurs-trekking nog lekker een duik in het zwembad met prachtig uitzicht over het meer. Voor de avond reserveren we een tafeltje voor een Indonesisch buffet met live muziek.

Berastagi

De vruchtbare Karo vlakte

    Om 8.15 staan we al aan de wal voor het veer Simanindo naar Tigaras. Vandaar rijden we door richting Sipiso-Piso. Onderweg maken we verschillende stops, Tugu Perjuangan stoppen we voor een fotomoment van het standbeeld en in Salsabila Hills kunnen we onder het genot van lekkere thee van het prachtige uitzicht over het Tobameer genieten. Later stoppen we nog bij het King Purba Palace met een aantal indrukwekkende houten gebouwen. De koning had 14 vrouwen waarvan er 10 in 1 kamer lagen. Als de koning een van de dames wilde dan klopte hij op de wand om zijn keuze uit te nodigen in een apart kamertje.

    We vervolgen de route naar Sipiso-Piso en met 120 meter een van de hoogste watervallen van Indonesië. Wij maken een wandeling helemaal naar beneden. Een groepje leuk stoere mannen vragen om een foto met hen. We stemmen er mee in en na de foto spurten de heren verder naar beneden. Helemaal beneden aangekomen besluiten we op veilige droge afstand te blijven, de stoere mannen gingen echter verder en staan even later met ontbloot bovenlichaam in het opspattende waternevel van de waterval. Toch wel leuk die jonge honden, we nemen er maar even een foto van ter herinnering.

    We stoppen nog even in het traditionele dorpje Dokan en rijden verder naar Berastagi, de hoofdstad van de vruchtbare Karovlakte. Deze regio is gekend voor zijn bloemen, groente en fruit. Alles te danken aan de 2 vulkanen in de directe omgeving waarvan er 1 begin dit jaar nog flink stoom ging afblazen. Het hotel is geweldig en groot. Vanuit de lobby hebben we een mooi zicht op de Sinabung de meest actieve van de 2 vulkanen die een paar maanden geleden nog uitbarstte.

    En nu tijd voor een koele drink…..

Onderweg naar Java

Verhalen gaan een gezicht krijgen

    Vanmorgen vertrokken we om 6.45 uit Berastagi naar het vliegveld in Medan. Onze chauffeur telde 3 uur hiervoor. Onze vlucht is om 13.15. We hebben pech en eindelijk kunnen we om 14.45 boarden. Na ruim 2 uur vliegen landen we op de nieuwe luchthaven van Bandung.

    Origineel zouden we op de oude luchthaven landen net buiten de stad, de nieuwe ligt echter op 3 uur rijden van Bandung. In de eerste instantie vatte we dit op als siteseeing maar door de vertraging was het bijna donker en konden we niets van de omgeving zien. Gelukkig was de chauffeur geduldig op ons aan het wachten. Direct op pad en wat een verademing deze man sprak Engels omdat hij ooit in Australiė studeerde.

    Timi vertelde honderd uit en al snel had zijn gaydar signaal opgevangen, we hebben een klik. We krijgen alles te horen hoe lastig het is om moslim en gay te zijn. Onderweg moesten we even een sanitaire stop maken bij een Sunda restaurant en spontaan ontstond het idee om hier dan ook te blijven eten. Het bleek onze eerste kennismaking met de Sunda keuken te worden. Zodra we zaten werd de tafel gedekt met kip, vis en groentegerechten. We bestelde ook nog een sate manadee erbij. (de foto volgt later).

    Over tienen checken we in. Drinken ons welkomsdrankje in de bar samen met andere Nederlanders die we eerder al op het vliegveld in Medan troffen. Op de kamer wachtte ons nog een verrassing, bij het openen van onze koffers bleek dat deze ‘geīnspecteerd’ werden echter de douane vond het niet nodig dit netjes te doen alles was geopend en gewoonweg terug in de koffer gepropt. We konden alles terug opvouwen en inpakken. Blog bijwerken en oogjes toe… want Timi heeft mooie plannen voor morgen en we gaan weer bijtijds op pad.

De groene bergen

stomige teleurstelling en hoogtepunten

    Zoals eerder al gezegd had de gids voor vandaag wat leuke dingen voor ons in petto. Het eerste zou de Tanguan Prahu worden, een vulkaan in de vorm van een omgekeerde boot. Timi stond netjes om 9 uur aan het hotel en kwan direct met een teleurstellen bericht dat we niet naar de vulkaan konden omdat er in de afgelopen nacht een kleine eruptie was geweest. Dikke pech dus.

    We gingen toch maar richting de bergen en al snel stonden voor het bekende Villa Isola. Gebouwd in de jaren 30 door een -toen nog- rijke nederlander. Op zich een mooi gebouw geheel in Art Deco en vandaag de dag is hun landgoed en de villa dienst als universiteit en pedagogische academi. Goed toeven daar voor de studenten, lekker koel en een prachtig uitzicht.

    Onderweg slingeren we door en zijn net boven Lembang en vraagt Timi of we even willen stoppen bij een theeplantage. Ohhh daar zeggen we geen nee tegen en even later trapt hij op de rem. We worden ontvangen en door een nederlands sprekende indo worden we door de plantage geleid. We krijgen de uitleg over de witte, groene en zwarte thee en waar dat dit van de theestruik komt. Boven in de plantage staat een gebouw en laat daar nu net de seismograaf staan die de rommelingen in de bodem registreerd. We mogen een kijkje nemen. Buiten zit een team van 6 man continu op een laptop te staren en hier halen we niks uit. Binnen zien we een groot scherm met beelden van de krater en zien dat er behoorlijk stoom wordt afgeblazen. In een andere ruimte zien we de rol waar dat we de naald op en neer zien gaan. Het klinkt spannender dan het is, we voelen er niets van.

    We vervolgen de weg en stopen in Ciater bij de theefabriek waar we een rondleiding krijgen. De hele fabriek dateerd nog uit de jaren 30 door de nederlanders opgezet en nog volledig in productie. We zie war de blaadjes gelost moeten worden en waar de blaadjes gedroogd en gemalen moesten worden. Moesten…. want de oogst staat stil het heeft al 4 maanden niet geregend.

    De verwerkingsproductie van de voorraad zien we we en wat we hoorden moet die behorlijk zijn want met 25 ton per dag moet je we een behoorlijke voorraad hebben. We lopen door de zeef en sorteerruimtes waar het onsmakelijk warm is, er staan enorme houtovens om alles met droge warmte droog te houden. We eindigen in het pakhuis met enorme theezakken van 25 kilo per stuk, klaar om verscheept te worden naar hun grootste klant Unilever. Dit is de basis voor de de Lipton thee en Icetea.

    We stoppen onderweg nog bij een koffiebranderij van Luakskoffie en gaan nog door naar Dusun Bambu. Maar later meer hierover want we moeten vetrekken.
    ============
    Het vervolg :
    Dusan Bambu is eigenlijk een weekend attractie voor de Djakartanen die in grote getale de koelte van Bandung komen opzoeken. Het park is duidelijk ingericht op eten en vermaak, met veel speelgelegenheden voor de kinderen. Een klein gedeelte is ingericht op wat je allemaal met bamboe kan doen en dat is veel. We zagen manden, wanden, complete huizen en muziekinstrumenten. Bij de laatste waren we de enige bezoekers en een instrumentenbouwer was bezig een instrument te maken wat al eeuwen gebruikt werd in de rijstvelden. Wij kregen een 1 op 1 rondleiding met demonstratie van alle instrumenten. Ik mocht zelfs meespelen en kreeg instructie en al snel had ik het ritme te pakken. De instrumentenmaker viel in met 2 andere instrumenten en het klonk lekker traditioneel. We hadden er beide in elk geval lol in.

    De speelpleinen lieten we links liggen en vertrokken richting Bandung om vlak bij de Gunung Sate afgezet te worden. De chauffeur zette ons af voor het huis waar mijn vader in 1938 werd geborgen en het was toch wel een emotioneel dingetje. Darna zijn we nog wandelend door de wijk gegaan en liepen de verkeerde kant op. Geen punt maar helaas werd het snel donker. Het diner schoot er bij in maar aten gewoon langs de weg een super lekkere Martabak Telor, vers gemaakt waar we bijstonden, zo krijgen we die waarschijnlijk nooit meer.

De treinreis

Van Bandung naar Djokjakarta

    Onze chauffeur Tami is niet om 7 uur bij het hotel en ik stuur hem een Whatsappje. Blijkt hij onderweg naar het hotel een aanrijding te hebben gehad. Gelukkig is er een vervanger die ons naar het station brengt.

    Om 8.30 vertrokken we met de trein richting Djokjakarta en de eerste kilometers waren ondanks de droogte van al 5 maanden toch best groen. Prachtige rijstvelden, riviertjes en dorpsgezichten. Het middenstuk was erg droog waardoor het wat saai overkwam. Vlak bij Djokja kwamen de eerste vulkanen in zicht en vooral de Merapi is een kanjer en sinds de uitbarstingen vorig jaar nog steeds aan het dampen. Om 6 uur komen we bij het hotel aan.

De Borobudur

De eerst boedistische tempel

    We hebben met Diana en Marcel gezamelijk afgesproken en hun chauffeur brengt ons om 4 uur naar de tempel. We moeten eerst ons ticket omwisselen voor een ticket wat geldig is voor zonsopgang. Dat was nog best ingewikkeld voor de heren aan de kassa, maar het lukt uiteindelijk toch. Zei het met een gevoel dat de meerprijs van 475.000 per persoon in de zakken van de kassier terecht zou komen. Maar OK wij zijn binnen en krijgen een zaklamp mee en een voucher voor ontbijt. Marcel had een nederlandssprekende gids geboekt en wij liftte gewoon lekker mee de gids ook blij want zijn gage is per persoon. Wij kunnen het ieder aanraden want dit was na Bukit Lawang op Sumatra het tweede hoogtepunt. De foto’s van de Borobudur volgen later. Na de uitgebreide rondleiding krijgen we om 10 uur een uitgebreid ontbijtbuffet.

    Rond 11 uur gaan we terug naar het hotel en drinken we met Diana en Marcel nog even koffie voordat zij uitchecken. Wij besluiten om daarna met de fietsen van het hotel een tour door de rijstvelden te maken en belanden al in gehuchtjes waar Europeanen zelden voorbij komen. We komen ondeweg een bordje tegen van een reptile rescue center en gaan hier naar toe.

    We worden oprecht warm ontvangen en zijn een van de eerste gasten die ze vandaag ontvingen. De broer van de oprichter verteld 100 uit en er worden ons slangen getoond en de niet giftige worden zelfs uit de terraria gehaald. We verpoosden er toch zeker een uur of 2 en maakten zelfs kennis met de baas. We worden ook nog gezellig op de thee uitgenodigd en broerlief maakt nog wat foto’s voor het faceboek. De link komt later.

    We fietsen nog naar een klein tempeltje en daarna zoeken we het hotel weer op. Een verfrissende duik in het zwembad met een koel biertje. (ja….. ik ben aan het bier).

    René belt even met zijn moeder en later ook nog met zijn tante die vandaag jarig is. We werken samen de blog bij en gaan zo genieten van de indonesische specialiteiten die de crew hier voor ons allemaal klaargemaakt heeft.

De Prambanan

De verwoeste pracht

    Vandaag gaan we met onze driver Yuyus terug naar Jokjakarta. Onderweg stoppen we nog even bij zijn zus die een Salakplantage heeft. Salak heet in het nederlands slangenfruit vanwege zijn uiterlijk. Het is een bruin geschubte vrucht ter grootte van een citroen, het smaakt een beetje naar een zoet-zure lichee met een beetje ananas. We probeerde deze vrucht al eerder bij het ontbijt in Bandung.

    De volgende stop is de Prambanan, een immens groot tempelcomplex wat voor een groot gedeelte door een aardbeving verwoest werd. Wat nog overeind staat is al indrukwekkend laat staan hoe het was toen de ongeveer 200 verwoeste tempels er omheen er nog stonden. In 11 maanden stapelden ze er al weer 2 op, dit gaat dus jaren duren voordat alles weer in elkaar gepuzzeld is. De grote tempel duurde volgens onze gidsen 100 jaar. Ja gidsen want René trof 4 studenten die een gidsen opleiding volgden en die leiden hem rond. Ik was elders op het terrein, ik was in de veronderstelling dat hij ten prooi gevallen was van colporteurs.

    Rond 15 uur komen we in het hotel aan, doen een drankje en springen in het zwembad. Dit was een best warme dag, de thermometer in de wagen gaf er 36 aan. De tuin is prachtig hier en veel waterpartijen en watervallen en een grote zuurzak boom in het midden.

Yogyakarta

Paleizen in de oude stad

    Yuyus vroegen we 2 dagen geleden hoe ver dat het paleis van de Sultan was en dat was wel 20 minuten met de auto. We spraken af om 9 uur en om 8.45 kwamen we hem al tegen. We vertrekken en nog geen 15 minuten later stappen we al weer uit. Dit hadden we makkelijk kunnen lopen. We besluiten om Yuyus een extra vrije dag te gunnen want alles ligt op loopafstand. We slenteren eerst tussen wat kraampjes op een markt door. ‘s Morgens kwamen we Diana en Marcel weer tegen bij het ontbijt en die vertelden over een vogelfluit contest en dat dit jammer was dat zij dit als vogelaar moest missen. Och dat leek ons ook wel wat, dit was echter niet op het plein voor het Sultanspaleis maar meer in een wijk achter ons hotel. Nou laten we dat dan maar schieten en lopen we richting paleis en worden we staande gehouden door een bacakrijder die ons aanbood onns naar de betreffende plaats te brengen en ook nog naar het paleis, het waterpaleis en een wajangpoppen makerij. We laten ons gelaten ontvoeren en we zien wel. We moesten pas achteraf betalen en hij zou steeds op ons wachten.

    De fluiterij stelde in onze ogen niet veel voor, maar als je de knop omzette was de vogeltjes markt ernaast wel aardig. Waar bij ons 1 vogel in een kooitje zit ziten er hier 15 of nog meer. Verder zagen we vleermuizen, hagedissen, apen, konijnen, muizen, eekhoorns en als klap op de vuurpijl een paar kisten met bont geverfde kuikens en zelfs bont geverfde slakken zijn er op de markt te koop. Na de markt gaan we terug richting het centrum en stoppen we bij een fabriekje die op de traditionele manier Wajangpoppen maakt. Uitgevoerd in leer van de kabauw. Gehamerd en handingekleurd. Mooi om te zien. We kopen een paar boekenleggers als aandenken. We rijden verder maar het paleis van de sultan want om 12 uur beginnen de zondagse dansvoorstellingen. Na 3 dansen houden we het voor gezien en lopen langs diverse gebouwen op het terrein en vergapen ons aan de rijkdom van de sultan. We gaan door naar het waterpaleis dit viel eigenlijk tegen. We slenteren nog verder en eten nog een saté kambing bij ën lokale warung. Gewoon maar lekker. Het was weer een hete dag en een duik in het zwembad lijkt ons een lekkere afsluiting. Vanavond gaan we in de buurt weer Indisch eten.

Productie(f)

Details maken de schoonheid

    Vandaag spraken we af om met de chaufeur naar Kotagede te gaan. Kotagede is bekend om zijn zilversmeden. Er zijn in deze buurt ongeveer een 8-tal bedrijven in het zilverwerk actief. HS Silver is toegangkelijk voor publiek en je krijgt een rondleiding langs de productie. Tjee wat is dat filigrain zilver een gepriegel maar zo mooi, we moeten ons inhouden want we zouden zo de shop leegkopen. Jammer genoeg is de fabriek waar gehamerd zilver wordt gemaakt niet toegankelijk. We rijden hierna door naar de Maliboro straat en wandelen er rustig doorheen en Yuyus wacht ons bij fort Vredenburg op ons. Na een uurtje slenteren komen we bij het fort aan staat hij al op ons te wachten hij vergat namelijk dat het fort ‘s maandags gesloten is. Hij bood aan om naar een tempelcomplex net buiten de stad te rijden. De Candi Ijo is hindoeistische tempel en gebouwd tussen de 10de en 11de eeuw. Ook deze tempel heeft met de grote aardbeving een deel verloren, van de 6 puwaras (de kleine tempels rond de hoofd tempel) staan er nog maar 2 over. We bezochten ook de restauratiesite maar kregen de indruk dat het hier niet opschoot, waarschijnlijk door gebrek aan financiële middelen. Dit complex hoort zo te zien niet bij het Unesco erfgoed. Gelukkig word in de avond de plaats goed bezocht want van hieruit heb je een mooie zonsondergang waar veel lokale jongern bij elkaar scholen.

    Terug in Jokja gaan we nog langs Kantoor Pos en verder door naar de Batikfabriek. Hier aanschouwen we het maken van traditionele batik stoffen. Prachtig gedecoreerd en met traditionel waspijpjes ingetekend, geverfd en was weer uitgewassen zodat de mooie tekening ontstaat. Kortom een leerzame dag. We wandelen terug naar het hotel en plonzen lekker in het zwembad. Voor straks staat er weer saté op het menu. Ik krijg er maar geen genoeg van.

Waterig hoogtepunt

Madakaripura

    We vertrekken vroeg in de ochtend naar Mokjakerto met de trein. Door de langdurige droogte jammer genoeg niet zo groen als gewoonlijk. Maar al met al een mooie rit. We rijden met de nieuwe chauffeur naar de Madakaripura watervallen. We worden met brommertjes 4 kilometer naar beneden gereden en van daaruit gaan we met een plaatselijke gids te voet verder, een wandeling van ongeveer 30 minuten in een prachtig dicht begroeid dal en riviertje. De gids houdt halt en vraagt ons om de regenjassen aan te doen. We lopen de hoek om en krijgen een heuse plens water te verwerken en dat over 500 meter steile en glibberige rotsen. Het is een hele ervaring. We keren weer terug naar de auto en vervolgen de route naar het hotel.

    Onze driver is net een wilde F1 rijder en 3 km voor het hotel hoor ik geklapper. De chauffeur ook en stopt en ja hoor lekke band. We worden door een collega opgehaald en naar het hotel gebracht. Gelukkig zijn we nog net op tijd voor de zonsondergang. Komen we Marcel weer tegen die net van een dagexcursie terugkomt gelopen, zijn spullen zijn er nog niet. Het is blijkbaar hun driver die onze man helpt met de band te wisselen. We gaan vroeg slapen, het vertrek is geplanned om drie uur ‘s morgens.

Dampende kraters

De Bromo op

    Wij zijn bijtijds uit de veren. En kwart voor drie staan we al buiten en onze jeep staat al klaar. We kunnen direct vertrekken. Een rit door de binnenkrater waar door de duisternis niets van zien<, de weg slingerd helemaal naar een top vanwaar het beroemde uitzicht te zien is als op vele ansichtkaarten. In volledige duisternis wachten we op de zonsopkomst, de eerste zonnestralen die over de krater en achterliggende berg liggen is een prachtig gezicht. Er waren een paar honder man op afgekomen, business voor de verhuurders van jassen, matrasjes en mutsen. Het was fris maar 'freezing' vonden wij het in elk geval niet. Als kers op de taart toverd de achter de Bromo gelegen vulkaan een dikke rookpluim tevoorschijn.

    We lopen terug naar de jeep en worden naar de voet van de krater gebracht. Opnieuw een beproeving voor René. We sjokken door het mulle en stoffende zand en beklimmen het eerste deel van de Bromo. Na deze stevige en soms steile klim komt er nog een steile trap, door het vele zand op de treden niet altijd even makkelijk. Het was de klim waard, op afstand lijkt de Bromo niet echt groot maar eens als je boven bent is het toch een enorm gapend en stomend gat.

    Voldaan keren we terug naar het hotel en ontdoen ons van de stoffige kleding, Krijgt de driver ineens haast maar jammer dan we moeten nog ontbijten, hierna een rit van 6 uur naar Kalibaru.

De Plantages

    De mannen van de VOC wisten blijkbaar al snel de vruchtbare plekken op java te vinden waren inclusief de diverse klimaatzones. Nootmuskaat en kruidnagel werden hier in de omgeving gevonden. Later importeerden zij verschilende gewassen die zelfs vandaag de dag de economie draaiende houden denk aan thee, rubberplantages en het drakenfruit. Van overal uit de wereld werd hier naar toe gehaald om te proberen. Het ging hen in elk geval goed. We bezoekn een plantage met cacao, koffie en latex en we bezoeken de oude engels nederlands fabriek uit 1920 waar het sap van de rubberboom wordt verwetkt. We zien het hele proces van sap tot lap.

    Kruiden waren er op de eerste plantage niet dus boeken we bij de hotelgids een tweede tour bij een andere plantage die naast het verbouwen van kruiden en fruit ook educatie verleend aan kansarmen en invalide jongeren en ouderen. We kijken nog naar het dansen en palmvlechten van de kindeen. Een mooi streven en mede met nederlandse hulp uit Maasbree komt de promotiemotor stilaan op gang. Het was machtig interessant en het is al donker als we naar het hotel wandelen. Als verrasing voor de hotelgids nemen we de geschonken vlechtwerken mee. Het valt in goede aarde.

Op schildpaddentocht

    ‘s morgens doen we nog een tuinsafari in de hele mooie tuin van het hotel, we zien nog een giant wood spider die vakkundig een zijn web gevallen blad verwijderd en verder genieten we van mooie planten en doorkijkjes naar de naast de tuin lopende rivier.We vertrekken met de jeep door de jungle naar Sukamede. Een tocht van 4 uur over een hobbelige weg. We doen onderweg nog 2 trails langs de bauwe en groene baai. Paradijselijk. We waren op een primitief verblijf voorbereid maar zo basic hadden we nu ook niet verwacht. Jammer genoeg ook nog vies. Ik hang voor de zekerheid maar de klamboe op. In de kampung zit het vol apen en observeren we even en maken later in de namiddag nog een stevige strandwandeling en zien diverse verse schildpad kruipsporen, een veelbelovend teken.

    Na het eten vertrekken we om 20 uur naar het strand. Het is aarde donker en mogen geen licht maken ook niet van de schermpjes van de cameras. Dit zou de schildpadden misleiden. Onze gids legt een folie op het strand en hier mogen we tijdens het wachten op gaan liggen om naar de sterren te kijken, zoveel zie je er bij ons niet, ook de melkweg was bijzonder goed te zien. Er staat en foto in de gallery want met onze cameras was dit niet te fotograferen. Ook bij anderen die we later spraken waren die foto’s niet gelukt.

    Het verlossende bericht komt van de ranger we gaan lopen er is een schildpad gespot. We lopen tot bijna aan het einde van het strand en daar is een 150 kilo zwaar vrouwtje aan haar terugweg bezig. De ranger licht van achteren bij zodat we foto’s kunnen maken. Helaas geen legsel want het bleek te warm te zijn. In de vroege ochtend zou het beter geweest zijn.

    Rond 22.30 waren we terug en kruipen met kleren aan onder de klamboe.

Zo veel kleintjes

    We zijn al weer vroeg op. Om 6 uur komt de ranger en we mogen zelf de in het centrum uitgekomen kleine schildpadjes uitzetten. We krijgen een emmertje mee met 25 van die kleine rakkers. Heel leuk en aandoenlijk de uitzetten. Na het ontbijt vertrekken we naar Banyuwangi. We komen rond 13.30 uur aan en moeten nog wachten on in te checken, voor de middag houden we het rustig aan het zwembad.

Het gele goud

De Ijen

    Vandaag weer een vroeg dag om 3.30 staat de chauffeur netjes klaar om ons naar de 28 km verderop gelegen Ijen te rijden. Onderweg zijn al diverse mensen op en zelfs warungs zijn al open vooral dicht bij de moskeeën, daar wordt namelijk al om 4.30 aan het gebed begonnen. Sri, de lokale reisagente heeft een gids geregeld die met ons de vulkaan opgaat. Op de parking staat hij al op ons te wachten. We beginnen aan de klim op een steil zanderig pad, pauzeren even met een thee en lopen nog ongeveer 2 km verder tot de top. Op de top haasten we ons naar een verderop gelegen bord want vandaaruit weet de gids waait de zwaveldamp weg en heb je goed zicht waar de zwaveldragers hun delfstof winnen.

    Ik mag proberen een korf te tillen, optillen gaat nog maar op mijn schouder is teveel, Gemiddeld wegen die 2 manden 80 kilo, opbrengst hiervoor is ongeveer 15.000 rupiah per 25 kilo (1 euro). De miners zijn allen echte krachtpatsers en athleten sprinten met hun vrachtje te voet vanuit de krater over smalle zeer steile paadjes 800 meter naar boven. Oud worden doen deze mannen niet de reden hiervoor zijn de zwaveldampen. Zeer ongezond werk.

    Rond 11 uur beginnen we aan de rit naar Bali, nemen het veer van Ketapang naar Gilimanuk. We weten niet wat onze driver op zijn kerfstok heeft maar bij elke controle om het veer op te gaan en bij aankomst op Bali moet de jongeman aan de kant en de politie betalen. 2 keer zeker 20 minuten verloren en wij mochten de auto niet uit. We komen aan bij het hotel en laten hem maar zo vertrekken. Wow dit is luxe. Mooie kamer en restaurant aan het strand. Veel groen en mooie details en gebouwen op het resort. We nemen ‘s avonds een Balineese rijsttafel.

Een uurtje later

    Omdat Bali in een andere tijdzone ligt zijn we een uurtje later op dan gewoonlijk. We lopen langs het strand en aanschouwen hoe de vissersbootjes aankomen. We nemen een ontbijt en werken het blog bij want met een paar dagen geen internet hadden we wat in te halen.

    Straks gaan we op stap met een gids op aanraden van de praktijkassitente van René’s huisarts………
    Netjes op tijd staan 2 personen klaar met hun wagen, we stellen ons voor en hebben Ady als gids en Gede als chauffeur. We overleggen even onze wensen en of dit mogelijk is want 50 km op Bali rijdt je niet in een half uur. We gaan op pad en al snel arriveren we bij de boom waar de weg doorhen loopt een machtig gezicht op een reuze boom en giga wortels. Onderweg doen we nog een waterval aan en wandelen rustig tussen de kruidnagelbome door. Beneden hebben we een mooi gezicht op de waterval.

    We zien ook dames met grote witte zakken op hun hoofd, deze zijn gevuld met kruidnagelbladeren welke gebruikt worden voor kruidnagelolie. We stoppen onderweg nog op een panoramapunt dat uitzicht bied over de beide meren en lunchen daar met z’n vieren. Na de lunch bezoeken we de beroemde Ulun Danu tempel in het Bratonmeer. Deze tempel is gewijd aan de Dewi Danu de hidoeïstische godin van het water. Het is er vrij druk maar met Ady vinden we nog een paar rustige spots. Dit meer is voor de omliggende rijstvelden van levensbelang, het gehele irrigatie systeem hangt er vanaf. Ady sommeerd ons om voort te maken want we willen ook nog een andere site aandoen en voordat het donker wordt. Onderweg nog een flinke opstopping omdat een tempel cermonie net was afgelopen. We zijn onderweg naar de rijstvelden Jati Luwih de op terassen aangelegd (Sawa’s) die op de Unesco wereld erfgoed staan. Wow wat zijn die mooi en Ady had niks teveel gezegd, na ongeveer een uur rijden waren we pas daar en dan nog een trail van 3km, het paste nog maar net en waar je ook keek alles was even mooi. Ongeveer in het midden van de tocht stond een gigantisch borstbeeld van de rijstgodin Dewi Sri geheel gemaakt van gevlochten bamboestrips. Het is al donker als we weer terug in het hotel aankomen. Ady bedankt voor alles, een prima gids eentje die de aanbeveling waard was.

Flores

    We worden al vroeg opgehaald om naar de luchthaven te rijden we gaan namelijk naar Flores. In het vliegtuig verwarring onder de toeristen want iedereen blijft zitten, blijktbdat degene die in Labuan Bajo moesten zijn hier moesten uitstappen de rest vloog namelijk door. Wel onhandig dat je dit enkel in het Indonesisch omroept terwijl het merendeel met deze bestemming buitenlander is.

    We verblijven hier maar 1 nacht in een hotel met nederlandse leiding. Na het inchecken wandelen we naar de Pasar Malam, ik had al gelezen dat ‘s avonds hier de echtgenotes van de vissers eetstalletjes inrichtten waar je heerlijk kunt eten. Na wat gekuier komen we weer op de markt en een koel biertje lijkt ons niet verkeerd. We raken aan de praat met een pools stel die al een paar dagen hier heerlijke vis hebben gegeten. Wij besluiten ook daar te blijven en zoeken ons kostje op de tafel uit net als bij ons een kreeftenbak die je aanwijst krijg je. Het pools stel heeft niks te veel gezegd de vis was heerlijk. We kozen 2 verschillende vissen en de kokkin was zo lief ze alvast voor ons te delen. Na eten lopen we terug naar het hotel en komen wederom Diana en Marcel tegen en sluiten af met een Bintang. Marcel maakt ons lekker met hun foto’s en we hopen dat onze 3 daagse net zo’n succes wordt.

Rinca

    We staan netjes op de afgesproken tijd op de parking maar niemand te bekennen, even later wordt de gids afgezet met een brommertje, de chauffeur was namelijk te laat. Hij belt nog een paar keer echter zonder gehoor. We besluiten om te voet naar de haven te gaan het is maar 15 minuten lopen. We stappen met onze gids op de boot en krijgen een rondleiding. We stoppen eerst op een mooi uitzichtspunt. Klimmem lekker op een rotsig traject maar het uitzicht is machtig prachtig, de woorden van een andere gids die het eilandje ook aandeed. De volgende stop is Rinca, we krijgen een lokale gids die ons wijst op de don’t do’s. Per slot van rekening zijn het wilde dieren en ook giftig voor mensen. Een beet lijdt onherroepelijk tot amputatie om te voorkomen dat het gif en ontbindings enzymen zich verder door het lichaam verspreiden. We beginnen… na de eerste bocht zien we er al 2 luieren, blijkbaar het gebruikelijke ritueel op het middaguur en ruim 30 graden. We lopen verder maar het lijkt eerder een snelheidswedstrijd, we doen de 2.5 km in een goed half uur. We zagen nog maar weinig onderweg, enkel wat herten en een waterbuffelstier die zo te zien een varanen beet aan zijn zij had. Het bloedde in elk geval nog. Terug in het kamp doen we nog een drankje en varen verder naar een snorkelspot. Prachtig wat veel kleurige vissen en koralen. De dag vorderd en we voeren naar de laatste spot voor de dag en we moeten en voo zonsondergang zijn. We zijn mooi op tijd en leggen op een mooi rustig plekje aan en genieten van de zeeadelaars en ondergaande zon. We wachten op het uitvliegen van tienduizenden Kalongs (vleerhonden) wat een natuurfenomeen is zicht. Dit stond niet op het programma en was dus totaal onverwacht WOW moment. We zoeken een plek voor de nacht en vanwege de warmte besluiten we aan dek te blijven slapen.

Vroeg gewekt

    Om 3 uur start de motor van de boot Rizal heeft voor ons nog een verrassing in petto. We gaan de zonsopkomst bekijken op Pulau Padar voor de kust van Komodo gelegen. Veel treden en het laatste stuk wat rotsen. Heel mooi om te doen. Daarna varen we onder het gebruik van het ontbijt verder naar Pulau Komodo. Op onze vraag vroeg want dan zijn de varanen activer. Ook hier maken we een tracking en Rizal die hier vandaan komt en iedereen kent ritseld een goede ranger die in tegenstelling van die we gisteren hadden wel verteld en goede uitleg geeft. Op Komodo varanen spotten is moeilijker dan op Rinca, het is hier veel bosseriger en die knapen verstoppen zich goed.

    Onderweg worden we blij, de ranger had al verteld dat jonge varanen in dode palmbomen leefden en van de grond tot bovenin een gang in de stam groeven, we zien een jonge varaan van ongeveer 1 jaar in een boom op zoek naar zijn favoriete voedsel namelijk Gekko’s. En als kers op de taart komt deze kleine zich ook op de grond presenteren, een ongewone plek want varanen eten hun soortgenoten en zelfs hun eigen kleintjes op. Eigenlijk vreemd want hun nest beschermen ze gedurende 7 a 9 maanden tot ze uitkomen. Na het uitkomen worden de jongen aan hun lot overgelaten en tot 3 a 4 jaar leven voornamelijk in de bomen, daarna zijn ze in staat om aan hun kanibalistische ouders te ontsnappen. We scoren nog een T-shirt en varen door naar Pink beach, René blijft op de boot en probeert energie te sparen en heeft ook wat last van kramp.

    Pink beach was mooi maar de eerste snorkelspot was mooier. Waarom René niet meewilde… nou Marcel had ons zijn foto’s laten zien en hier had hij meer zin in namelijk Manta point niet ver van Pink beach. Rizal regelde het met de kapitein, de zee was hier wilder en er lagen veel bootjes klaar om de manta’s te spotten. Iedereen joeg de Manta’s op. En bijhouden kan je ze niet. In alle hectiek brak ook nog het trapje af. Nu konden we niet meer snel in de boot klimmen om de Manta’s te volgen. Marcel had mazzel bij hen waren er maar 2 boten, nu lagen er wel 10 klaar. Al met al zagen we er een stuk of 5. Een heel bijzondere ervaring. We voeren 3 uur richting Flores en legden al vroeg aan voor de nacht. Mijns inziens wat verloren tijd, ik had dan liever nog wat snorkelspots gedaan of meer tijd elders uitgetrokken.

Relax dagje

    De plaats waar we gisteren aanlegden was ook de voorlaatste spot om te snorkelen namelijk Pulau Kanawa, we wandelen eerst nog over het strand om met vloed te gaan snorkelen. Ik had in plaats van de traditionele snorkel een masker wat een geweldige uitvinding ik heb er zeker een uur of 2 van genoten. De laatste spot zou minder mooi zijn en ligt net buiten het national park Komodo. We sloegen deze over en vertrokken met positieve herinneringen weer naar Labuan Bajo.