Gewone en bijzondere trips in binnen- en buitenland

West-Vlaanderen 05 Mei 2026a Brugge deel 3

Voor vandaag staat het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde op het programma. Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde is het enige nog bewaarde begijnhof in de stad Brugge. Er zijn geen begijnen meer, maar in 1927 werden de huizen aan de westzijde omgevormd en uitgebouwd tot het Monasterium De Wijngaard, ten behoeve van een kloostergemeenschap van benedictinessen, gesticht door kanunnik Rodolphe Hoornaert. Al rond 1225 kwam een gemeenschap van vrome vrouwen zich vestigen op het domein ‘de Wi(j)ngaard’, in het zuiden van de stad. Deze benaming verwees waarschijnlijk naar laaggelegen grasland. Het begijnhof werd rond 1244 gesticht door gravin van Vlaanderen Margaretha II van Constantinopel. In 1245 werd het als zelfstandige parochie erkend. In 1299 kwam het onder het rechtstreekse gezag van koning Filips de Schone en kreeg de titel van “Prinselijk Begijnhof”. Het complex omvat de Begijnhofkerk en een dertigtal witgeschilderde huizen, waarvan de meeste dateren uit de late 16e, 17e en 18e eeuw. Deze huizen zijn praktisch allemaal rond het grote centrale hof gebouwd. De voornaamste toegang met poort is te bereiken via de driebogige stenen brug, de Wijngaardbrug. In een nis is het beeld te zien van de heilige Elisabeth van Hongarije, patrones van vele begijnhoven en ook van het Brugse begijnhof. De Wijngaard is tevens aan de Heilige Alexius gewijd. De toegangspoort is gebouwd in 1776 door meester-metselaar Hendrik Bultynck. Dit jaartal staat boven de poort vermeld. Het eerste begijnhuisje naast de toegang is als museum ingericht en er zijn onder andere schilderijen, 17e-eeuws en 18e-eeuws meubilair en kantwerk te bezichtigen. Een tweede poort verleent toegang via de Sasbrug aan het Sashuis.