Gewone en bijzondere trips in binnen- en buitenland

Schelmentoren 23 December 2025 Van Landsfort tot Carnaval

De Schelmentoren in Heerlen is een middeleeuwse toren die dienstdeed als verdedigingstoren en gevangenistoren.

In de vijftiende eeuw stond de Schelmentoren bekend als Bickelstein, mogelijk de naam van de eigenaar.

Bekend is dat de Schelmentoren al in de 12e eeuw bestond als verdedigbare woontoren van de Heren van Are. In deze tijd werd ook de ongeveer twee meter dikke walmuur van Heerlen aangelegd rondom het Landsfort Herle. Aan de zuidzijde sluit op de oostgevel een deel van deze ommuring aan. Het landsfort had de vorm van een veelhoek, waarvan de langste zijde 100 meter was. Rond de vesting bevond zich een gracht van 12 meter breed en 5 meter diep.

De toren heeft een functie gehad in het verdedigingsstelsel van het fort. Vanaf de zijkanten was het mogelijk om de toegangen tot het fort, de veemarkt en de Gasthuisstraat te bewaken en bij aanvallen door middel van flankerend vuur te verdedigen. De schietgaten – nu dichtgemetseld – bevinden zich alleen in de zijmuren.

Het landsfort werd in 1225 aangeduid als castrum. De kelders staan in verbinding met gangen onder de kerk en het kerkplein.

In de Staatse periode van Heerlen (1661-1794) kwam er een einde aan de functie van het landsfort. De herstelwerkzaamheden van de toren kwamen volledig ten laste van de schepenbank Heerlen, die besloot de toren voor vreedzame doeleinden te gaan gebruiken, zoals vergaderruimte, opslagruimte voor hout, en gevangenis.

Met name in de 18e eeuw, tijdens de Bokkenrijdersperiode, is de toren als raadzaal, rechtszaal, gevangenis en martelkamer in gebruik geweest. In 1757 werd het dak vernieuwd en de hof in baksteen opgetrokken. In de vergadering van de schepenbank van Heerlen van 10 oktober 1775 werd besloten dat de toren aangepast moest worden voor delinquenten wier processen van korte duur zijn. Pas op dat moment werden de cachotten, die tot dan altijd op de benedenverdieping waren geweest naar de bovenste etage verplaatst, een maatregel die bedoeld was om ontsnappingen tegen te gaan. In 1773 zaten hier 37 bokkenrijders gevangen. Enkele bokkenrijders lynchten een cipier – een zekere Beerens – en wisten te ontsnappen. Beerens werd opgevolgd door cipier Struijk. Deze laatste kerfde zijn naam enkele malen in de toren, wat in het trappenhuis bewaard gebleven is. In 1778 slaagde opnieuw een gedetineerde, Paulus Louppen, er in om de deuren te forceren en te ontsnappen.